Denk na…

Ik kan me nog herinneren, dat we in het bos gingen wandelen met de hele familie. De hele auto volgeladen op weg naar de veluwe, soms zelfs wel eens met twee auto’s. Het was een soort thuiskomen daar, dat heb ik nu nog steeds en inmiddels zijn we al we weer een jaartje of veertig verder. We namen van alles mee, koffie voor onderweg, snoepjes, koekjes, gesmeerde boterhammen en alles om het een gezellig dagje te maken.
We wandelden vaak in de buurt van de Schaapskooi bij Loenen (nee niet aan de vecht), of een rondje Posbank, maar favoriet om te wandelen was in de omgeving van Eerbeek. We kampeerden daar al toen ik nog een luierpoepertje was. Kamperen langs de beek die de papierfabrieken van koel- en spoelwater voorzag. Met een hele grote familietent en nog een tent ernaast. Armoe, nou dat ben ik dus helemaal niet met je eens. Het kamperen zorgt eerder voor rijkdom dan dat het voor armoe zorgt, Er was niets in de tent, dus restte je alleen het buitenspelen. Vriendjes maken, rottigheid uithalen, bomen klimmen, balletje trappen, boompje wisselen.

Waar gaat dit verhaal heen…
Toen we vanuit de tent soms flinke wandeltochten gingen maken, namen we ook “proviand” mee. Aangezien wij als kinderen het al presteerden om na drie minuten lopen, al te zeuren om een snoeppie. Zuurtjes met van die plasticjes eromheen, heerlijk…. We sabbelden de snoepjes helemaal dood, en het effect was bereikt. En wandelden verder zonder te schreeuwen of te gillen. Hierdoor was de kans tot het aanschouwen van “wilde” dieren ook weer toegenomen. En als we zo’n snoepje kregen, kregen we van onze Opa, niet één keer te horen dat we het papiertje niet op de grond mochten gooien, maar kregen we dat te horen bij elke rustplaats, verdwaalde vuilnisbak of andere plek waar we het snoeppapiertje konden achterlaten. Dit was duidelijk dus niet in de natuur, of op straat, of überhaupt op een openbare plaats. Wat je meeneemt, dat neem je ook weer mee terug. PUNT

Ik ging er eigenlijk vanuit dat iedereen deze normen en waarden meekreeg. Ik vertel zelfs mijn kinderen dat ze niets op de grond mogen gooien, en ben er zelfs zeer trots op dat mijn dochter tijdens een wandeling af en toe zelfs de troep van een ander opruimt. Een kanjer is het.

Maar als ik nou op een middag een stukje aan het lopen ben, met onze hond, kom ik langs de berm een halve supermarkt tegen met diverse genuttigde item. Blikjes, flesjes, verpakkingsmaterialen, schoenen, plastic tassen (ik dacht dat die juist waren om de spullen in mee te nemen), zelfs flessen met statiegeld. De mensen donderen dus liever de spullen gewoon weg, dan dat ze het terug brengen naar de supermarkt en hun statiegeld terugkrijgen. Ik snap dat niet helemaal, maar dat kan aan mij liggen. Waar ik van de week ook een beetje over verbaasd was, was dat bij ons de graskant naast de lokale vijvertje was gemaaid. Niet dat ze uiteindelijk een keer hadden besloten het te doen, maar eerder dat er tijdens het maaien van de graskant, er uit het water een billboard was gehaald die er tijdens de voorjaarsstormen van vorig jaar was ingewaaid. Nu ligt dat billboard daar al anderhalve week rustig te liggen, totdat iemand zich geroepen voelt om het op te ruimen. Ik erger er me scheel aan, en eigenlijk zou ik het op willen ruimen. Wat ik niet snap, dat wanneer je aan het maaien ben en je zo’n enorm bord uit het water trekt, je het eigenlijk ook wel mee zou kunnen nemen. Of in iedergeval de juiste instanties op de hoogte zou kunnen brengen dat er een bord uit het water is gehaald. Maar ik vrees met grote vrezen….

Het kan nog erger…
Het fatsoen is nu tot om en nabij het absolute nul punt gedaald. Wat ik op een parkeerplaats heb gezien bij een grote hamburgerketen van Ome Donald, dat spant toch wel de kroon. Na het werken op een dag dat ik was vergeten om mijn brood te maken voor de lunch, reed ik na mijn werk even snel langs de Mac. Ik wilde even snel een snackje voordat ik thuis ging eten. Niet te veel maar net genoeg om even het “trek” gevoel kwijt te raken. Dus na een BigMac, een MacWrap, een MacKroket en 9 stuks McNuggets met kerriesaus (geintje), liep ik terug naar de auto. En vlak voordat ik bij de auto was, werd er uit het autoraam van een Rode Honda Civic er een hele berg rommel gegooid. Alles wat niet eetbaar was aan de bestelling werd in één keer door het raam naar buiten geflikkerd. Tot de milkshake bekers aan toe, incl houder. Er stond op nog geen 5 meter een vuilnisbak. Hoe ingewikkeld kan het zijn. Deurtje open, trippel, trippel, trippel, deurtje dicht en klaar. Ik liep naar het autoraam en riep: “Het zal naast je bank thuis wel een zooitje zijn, als je daar ook zo alles naast je stoel pleurt…..” Het waren, heel verbazingwekkend twee dames van een niet nader te noemen origine. Ik kreeg op het moment dat ik er iets van had gezegd, zo ongeveer alle ziektes die er momenteel voorradig zijn, naar mijn hoofd geslingerd. En zelfs een aantal ziektes die de tand des tijds niet hadden overleefd, kreeg ik er achteraan… Van Aids tot Zere testikels, van Cholera tot Spuitpoep (ik hou het hier nog netjes). Waar ik me mee bemoeide, optyfen moest ik, m’n muil houden, anders zou ze haar vent wel eens halen. Ik dacht bij me…zucht……………….

Ze hebben vast ook ooit een Opa gehad, die ze vroeger heeft verteld, dat ze haar snoeppapiertjes mee moest nemen. Omdat anders de geiten uit het dal ze misschien op zouden eten. En Opa straks met een doodzieke geit op z’n rug terug moest lopen naar het dorp….maar ik kan me natuurlijk ook hevig vergissen.

Denk na…… en ruim op

No Comments

Leave a Reply